Zo gedragen 'jongvolwassenen' zich op de woningmarkt naar nieuws overzicht

29 Oktober 2020

Onderzoekers bekeken de verhuisbewegingen van de groep die geboren werd in de periode 1981-1985. Eén belangrijke nuance: enkel verhuisbewegingen van en naar een gedomicilieerd adres konden geanalyseerd worden. Een verblijf op een studentenkot kon niet mee in rekening worden gebracht, net als alle andere verhuisbewegingen waarbij de domiciliëring toch nog enige tijd thuis werd gehouden.

Gemiddelde vertrekleeftijd van 25,6 jaar

De onderzoekers kwamen uit op een gemiddelde vertrekleeftijd van 25,6 jaar (mediaan:25). 40% van de jongvolwassenen wisselt van domicilie tussen 24 en 26 jaar. Het opleidingsniveau is een belangrijke indicator: van de 26-jarige nestverlaters is 60% hoogopgeleid; voor diegenen die vertrekken wanneer ze 22 zijn is dat aandeel slechts 20%.

Opvallend: meer dan de helft (52%) wordt meteen eigenaar, zonder tussentijds nog een periode te huren. Dat aandeel is de afgelopen jaren niet gedaald, maar is constant gebleven ten opzichte van een eerdere studie naar nestverlaters uit 2007. Let wel, in de studie heeft men geen rekening kunnen houden met de situatie waarbij men huurt zonder er gedomicilieerd te zijn.

Hoe hoger de leeftijd wanneer men thuis vertrekt, hoe hoger de kans dat men eigenaar wordt. Let wel, van de nestverlaters die eerst huren na het verlaten van de ouderlijke woning wordt 65% eigenaar voor ze 35 worden.

Ook voor de kans om meteen eigenaar te worden of daar sneller naar over te stappen na een periode te huren, is het opleidingsniveau een indicator. Al speelt hier het vermoeden dat voornamelijk het inkomen doorslaggevend is en dat ligt gemiddeld hoger bij hoger opgeleiden.

Koppels huren het minst lang alvorens ze eigenaar worden. De stap zetten naar eigenaarschap duurt dus het langst (of gebeurt niet) voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en laagopgeleiden.

‘Blijven-plakken’-effect

In de cijfers hier valt toch opnieuw het effect op van het ‘blijven plakken’ in de stad waar men heeft gestudeerd. 37% van de hoogopgeleide nestverlaters vertrekt van een ouderlijk huis buiten een Vlaamse centrumstad naar een centrumstad om te huren, twee keer zoveel als nestverlaters zonder diploma hoger onderwijs. Meer dan 60% hoogopgeleide nestverlaters huurt in de agglomeratie van een Belgisch stadsgewest.

Van de jongvolwassenen zonder diploma hoger onderwijs die buiten een centrumstad wonen, verhuist ‘slechts’ 29% naar een andere gemeente. Voor hoogopgeleide nestverlaters is dit aandeel 48%.

Men blijft ook ‘plakken’ bij de overstap naar eigenaarschap: de verhuisafstand van nestverlaters naar hun eerste huurwoning is veel groter dan de afstand tussen deze huurwoning en hun eerste eigenaarswoning. Van de nestverlaters die huren in de Vlaamse centrumsteden blijft 80 tot 90% in een centrumstad of buurgemeente wonen wanneer men eigenaar wordt.

Bron: CIB Vastgoedflitsen 1826  (23 oktober 2020)

Delen op

Uw woning verkopen? Vraag hier uw gratis schatting aan. Contacteer ons